Blinde liefde

Bij het ene stel duurde het jaren, bij het andere was het liefde op het eerste… tsja, hoe noem je dat als je allebei blind bent? Drie bijzondere liefdesverhalen van stellen die elkaar nog nooit hebben gezien.

Tekst: Nan Rosens Beeld: Malou van Breevoort

 

“Bij ziende partners liep ik altijd op mijn tenen. Met Tom is de relatie gelijkwaardig”

Helma (66) & Tom (68) Zijn beiden vanaf de geboorte nagenoeg blind, toevallig bij allebei veroorzaakt door rode-hond bij hun moeders.

Tom: “Op een geleidehondenweekend, in een hotel met dertig honden en veertig blinden, belandde ik aan de ontbijttafel naast een vrouw die ik niet kende. We raakten aan de praat. Al na een paar minuten besefte ik dat ik niet meer bij haar weg wilde. Maar zij stapte op en we hebben elkaar dat weekend niet meer gezien. Vijf jaar later was ik op een wandelweekend, en daar was deze Helma weer. Ik raakte totaal van slag en kon dat hele weekend niet slapen van de spanning, want wat gebeurde er met mij? Al helemaal omdat ik daar samen met mijn eveneens blinde partner was. Er was niet iets aanwijsbaars waar ik als een blok voor viel, maar door haar uitstraling wilde ik alleen maar in haar nabijheid zijn. Helma moest aan het einde van het weekend alleen met de trein terug naar Sneek en mijn partner en ik liepen met haar naar het station. Ik voelde dat Helma gespannen was voor de treinreis, dus ik liep naar haar toe en aaide haar over haar hoofd. Het afscheid gaf mij een gevoel van verlies.”

Helma: “Dat Tom mij al had opgemerkt bij dat ontbijt, is volledig aan mij voorbijgegaan. Maar toen hij op het station over mijn bol aaide en zachtjes zei: ‘Het komt wel goed meisje’, zakte ik bijna door mijn benen. Ik vond hem bijzonder. Maar ja, ik ging naar Sneek en hij was al getrouwd. Een paar jaar later kreeg ik iPhonetraining van… jawel: Tom. Ik haalde hem af van het station, en eigenlijk meteen liepen we totaal vanzelfsprekend hand in hand. Ik ‘kende’ hem gewoon, alles was open, er stond niets tussen ons in, we konden over alles praten en waren nergens bang voor. Tom probeerde nog les te geven, maar bekende dat het gewoon niet lukte: hij was alleen maar bezig met mij en met wat er gebeurde tussen ons. Eerst zaten we hand in hand, daarna sloeg hij zijn armen om me heen, er was geen houden aan. Tegen een vriendin zei ik later: ‘Als hij niet getrouwd was, woonden we morgen samen.’ Maar hoe moest dat nou? Die arme vrouw aan de andere kant, ik kende uit eigen ervaring haar pijn, ik heb daar heel erg mee geworsteld.”

Tom: “Het ging maanden zo door: elke keer dat we afscheid moesten nemen, ging er iets stuk. Op een ochtend werd ik huilend wakker naast mijn partner en vertelde ik haar dat ik voor Helma zou kiezen. We zijn nu al jaren samen en het klopt helemaal. Aanraken is ons oogcontact. Of zoals Helma zegt: ‘Ik heb buikogen.’ We voelen elkaar haarfijn aan, er zijn goede vibraties tussen ons. Onze liefde voelt nog steeds als thuiskomen.”

Helma: “Tom flirt met taal: ‘Kom maar lekker dicht bij me, dan kan ik je vasthouden’ of ‘Wat ben je toch mooi.’ Daarmee kan hij wat een ziende met blikken doet. En een stem liegt niet. Heel lang heb ik me met alle macht staande gehouden in de ziende wereld, met ziende partners, maar liep daarbij achteraf gezien behoorlijk op mijn tenen. Voor mijn gevoel kan ik nu eindelijk uitrusten. Onze relatie is gelijkwaardig. Ik kan ontspannen, want hij houdt toch wel van me, ook al heb ik de verkeerde kleur sokken aan.”

 


 

“Joke is veertien jaar ouder dan ik, dus ik zag het gewoon als een goeie vriendschap”

Joke (62) & Duncan (47) Allebei vanaf de geboorte zeer slechtziend, nu nagenoeg blind.

Duncan: “Ze zochten een receptionist in een bejaardenhuis in de buurt: ik moest contact opnemen met ene Joke, die zou mij inwerken. Op weg naar mijn eerste werkdag merkte ik dat ik vergeten was me te scheren. Wat moesten ze wel niet denken? Maar tot mijn grote vreugde bleek Joke ook ernstig slechtziend! Ik had me dus helemaal geen zorgen hoeven maken. Het was zo gezellig dat ik vaak na werk nog lekker bleef hangen. Joke was toen 37 – veertien jaar ouder dan ik – dus ik zag het gewoon als een goede vriendschap.”

Joke: “Ik vrees dat ik al snel verliefd was. Hij was muzikant, een vrijbuiter met humor, wat bijzonder aantrekkelijk was voor een strikt opgevoed meisje als ik. Op een dag trok ik de stoute schoenen aan en maakte met een soort lettertang een braillestrookje met de tekst ‘hoi scheet, werk ze!’, en plakte dat op de hoofdschakelaar van de telefooncentrale, zodat ik zeker wist dat hij het de volgende dag zou vinden. Een pure flirt natuurlijk.”

Duncan: “Ik ben niet gauw stil maar toen ik die boodschap vond wél. Ik werd er verlegen van. Maar Joke pakte gewoon door en vroeg me erna of ik bij haar kwam eten. Dat was gezellig, maar er gebeurde nog niets, omdat ik me er nog geen raad mee wist.”

Joke: “Een paar maanden later kreeg ik van Duncan een sinterklaascadeau: kaartjes voor mijn geliefde New London Chorale. De laatste zin van het gedicht was: ‘Maar Sinterklaas wil wel graag mee.’ Op weg ernaartoe liepen we hand in hand en daarna hebben we voor het eerst gezoend. Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk, het klopte gewoon, we voelen elkaar heel goed aan.”

Duncan: “Als je een relatie hebt met een ziende, dan moet je toch altijd een beetje opboksen tegen het feit dat die alles sneller ziet, uitvoert en je dingen goedbedoeld uit handen neemt. Onze relatie is gelijkwaardiger. We moeten meer de tijd nemen, meer plannen, maar de honden en de spraakfunctie van de iPhone helpen ons daarbij. Heerlijk om samen naar stand-upcomedy te gaan, of een terrasje te pakken. Dan hoor je de gekste dingen. Zoals een moeder die haar kind uitlegt: ‘Die hond ziet niet zo goed en die meneer wijst hem de weg.’ Hahaha.”

 


 

“In een opwelling vroeg ik: Dagmar, mag ik je een kusje geven?”

Dagmar (43) & Phil (52) Allebei vanaf de geboorte blind.

Dagmar: “Ik ontmoette Phil voor het eerst op een training zelfstandig wonen die we allebei volgden. Phil heeft een positieve stem, een manier van praten die me meteen beviel: open, eerlijk. Onze gesprekken gingen vanaf het eerste moment de diepte in, maar we hadden ook de grootste lol. Ik voelde direct een klik. Toch zag ik het toen als friends for a season. Ik was pas 21, en met veel andere dingen bezig: ik wilde studeren en op kamers.”

Phil: ‘Ik dacht toen wel meteen dat Dagmar best iemand zou kunnen zijn die van knuffelen houdt, maar ze sloot zich er voor af. We verloren elkaar uit het oog. Maar toen ik een paar jaar later in een woonvoorziening voor visueel beperkten ging wonen, bleek dat Dagmar daar al woonde. Dat was meteen weer zo gezellig, alsof we elkaar al jaren kenden. Toch was er nog geen sprake van verliefdheid. Pas weer een paar jaar en een paar relaties later besloten we tijdens de afwas dat er te weinig liefde was op de wereld. In een opwelling vroeg ik: ‘Dagmar, mag ik je een kusje geven?’”

Dagmar: “‘Natuurlijk!’, riep ik, kreeg meteen een arm om me heen en toen werd er gekust. Opeens besefte ik dat wat ik al een tijdje voelde juist was: ik was verliefd op Phil. Zijn uitstraling, het vertrouwen dat iemand er voor je is op het moment dat het niet goed met je gaat, de lol die we samen hadden, onze liefde voor popmuziek, zijn koosnaampje voor mij….”

Phil: “Vanaf die eerste kus waren we smoorverliefd. Tegelijkertijd was dat lastig en pijnlijk omdat Dagmar toen nog een andere vriend had. Maar ook die verwarring en dat verdriet hebben we samen doorstaan. We kenden elkaar nog niet seksueel, maar ook dat ging heel goed. Gewoon door aan elkaar te vragen wat je lekker en fijn vindt. Alles klopte gewoon.”

Dagmar: “Na een zomerse barbecue versprak Phil zich door in plaats van ‘fruitsalade’ ‘bruidssalade’ te zeggen. Daarna vroeg hij me ten huwelijk. Natuurlijk wilde ik dat. Ons huwelijkscadeau was een cd met ingesproken boodschappen van alle bruiloftsgasten, met de strekking: wees lief voor elkaar, dan komt alles goed. We zijn nu zeventien jaar getrouwd, soms boos op elkaar, maar we lossen het altijd weer op. Als je dat al zo lang lukt, dan heb je een goed huwelijk.”

 

“Als je je partner niet kunt zien, is praten extra belangrijk”

Blinden die vragen hebben op het gebied van relaties, intimiteit en seksualiteit kunnen terecht bij Christel van der Horst. Zij geeft advies over daten, signalen herkennen en zoenen in het fietsenhok.

“Als je blind geboren bent, is het lastiger om een goed zelfbeeld te ontwikkelen. Vaak weten blinden slecht hoe hun eigen lichaam in elkaar zit. Zo ken ik een meisje met vwo-niveau dat haar borsten haar billen noemde. En hoe het andere geslacht eruitziet is helemaal in nevelen gehuld. Ouders en begeleiders zouden zich er veel meer van bewust moeten zijn dat aan jonge blinde kinderen veel extra uitleg over het lichaam gegeven moet worden. Dat wordt nogal eens vergeten.

Als blindgeboren jongeren het liefdespad opgaan, zijn er nog meer hobbels te nemen. Doordat ze alle visuele interactie missen gaat er enorm veel langs hen heen. Als ze naar de kroeg gaan zijn ze afhankelijk van derden die hen willen helpen om te vertellen wie er zijn en hoe die mensen eruitzien. En om contact te krijgen en houden moeten ze vooral praten.

Hoe zie ik eruit? Hoe kom ik over? Dat zijn voor deze jongeren geen vanzelfsprekende vragen. En ook de omgeving houdt daar niet altijd rekening mee. Ouders en begeleiders staan vaak vooral in de ‘pas op’-houding; de leuke kant van relaties en seksualiteit bespreken ze minder makkelijk. Ik merk regelmatig dat begeleiders van deze tieners zich een hoedje schrikken als ze een condoom in de prullenbak vinden. Ik denk dan: gelukkig doen ze het veilig. Ouders en begeleiders zijn gericht op bescherming en hebben in mijn ogen te weinig zicht op een normale seksuele ontwikkeling. Daar valt veel winst te boeken. Daar train ik ze ook in.

De jongeren zelf kunnen we op weg helpen met het boekje Eerste hulp bij daten. We praten met hen over hoe je kunt flirten, bijvoorbeeld door humor. En hoe je toenadering zoekt tot iemand die je leuk vindt, zonder iemand in verlegenheid te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door aanraking van de arm. Als iemand die dan terugtrekt, kan dat een teken zijn.
Maar er wordt ook simpelweg gesproken over hygiëne, zoals jezelf goed wassen. Of hoe je je kunt opmaken en welke voorbehoedsmiddelen er zijn. En als je aan elkaar frunnikt in het fietsenhok, dat je je er dan van bewust bent dat er misschien mensen zijn die dat zien. Dat realiseren ze zich ook niet altijd.

Daten is voor deze groep gelukkig wat makkelijker geworden dankzij sociale media. Vooral appjes met gesproken woord zijn voor blinden en slechtzienden een uitkomst, omdat ze meer getraind zijn op emoties in stem. Een relatie goed houden is voor een blind stel wat harder werken dan een ‘ziende’ relatie, omdat eigenlijk niets vanzelf gaat. Zo kun je niet aan elkaar zien of je partner even niet zo goed in zijn vel zit. Vaak voelen of horen blinden deze emoties wel, maar het kost hen meer energie om alle signalen op te vangen. Dat heeft onmiskenbaar zijn weerslag op de relatie.”

Christel van der Horst is adviseur Relaties, Intimiteit en Seksualiteit binnen zorg, welzijn en onderwijs. Ze werkt onder meer voor Bartiméus, voor mensen die blind of slechtziend zijn.